Pendelmogelijkheden:
Te voet
Per fiets
Met trein / tram / bus
Carpool

Mijn overstap naar de fiets

De fiets

Alles begint bij een veilige en kwalitatieve fiets. Een fiets koop je voor vele jaren fietsplezier, comfortabele verplaatsingen en vooral om je veilig en efficiënt door het verkeer te verplaatsen. Ga niet over één nacht ijs, laat je degelijk adviseren en maak een bewuste keuze. Beslissingen louter op basis van je budget kunnen je op lange termijn duur te staan komen.
 

Een merkfiets?

De meeste bekende fietsenmerken hebben verschillende types en modellen in hun catalogus. Elk van die types is ontwikkeld en aangepast aan een specifiek gebruik. Sommige merken specialiseren zich meer in racefietsen, andere in stadsmodellen of hybride fietsen. Vraag je fietshandelaar om toelichting. Voor fietsen is het langdurig bestaan van een merk wel een duidelijke aanwijzing van kwaliteit. Fietsenmakers werken in een erg concurrentiële markt en hebben hun reputatie hoog te houden. Bekende merken kunnen het zich niet veroorloven om minderwaardige producten te verkopen. Grote merken produceren ook volgens de internationale productveiligheidsnormen.
De kans dat je met een bekend merk kwaliteit hebt gekocht is groot. Bij onbekendere merken is de kans groter dat de fabrikanten ‘low budget’ produceren en goedkopere onderdelen samenvoegen die misschien niet bij elkaar passen.
 

De vakhandel, je specialist!

De Fietsersbond is zeer duidelijk als het gaat over waar je een fiets koopt: bij een gespecialiseerde vakhandel. Een fietsspecialist geeft goed advies naar gelang het gebruik of je sportieve ambities. Hij heeft een ruim assortiment, met alle types en modellen, volgens ieders budget. In een supermarkt of andere groothandels die fietsen tussen de andere producten in hun assortiment opnemen, ontbreekt al die informatie, de onderhoudsmogelijkheden en de degelijke service achteraf. De meerprijs van een speciaalzaak is op lange termijn een investering in kwaliteit.
  

Je fietsroute

De kortste route is niet per definitie de veiligste route. Je volgt met de fiets niet zomaar dezelfde weg als je met de wagen gewoon bent. Niet alle wegen zijn uitgerust met veilige en comfortabele fietspaden. Zoek vooraf de meest veilige route. Probeer alternatieven uit. Ga op zoek naar nieuwe mogelijkheden: fietswegen langs treinroutes, jaagpaden langs waterwegen, fietsdoorsteekjes langs verkavelingen,…
Informeer bij andere fietsers, zij maken misschien al gebruik van de meest veilige route. Fietsrouteplanners met de meest veilige of snelste verbindingen bestaan nog niet echt; routeplanners gebruiken nog te veel de wegen die bestemd zijn voor gemotoriseerd verkeer en laten veilige fietsalternatieven links liggen.
 

Opgelet: fietsdiefstal!

Fietsdiefstal is een groot probleem. Dat ontkennen heeft geen zin. Dus neem je vooraf je voorzorgen. Je bevestigt het frame van je fiets met het fietsslot aan ‘de vaste wereld’: een fietsenstalling, een lantaarnpaal, een boom,… Zoniet riskeer je je gesloten fiets te zien verdwijnen in een bestelwagen naar verre oorden…
Investeer zeker in een kwalitatief fietsslot. Vele fietssloten zijn op enkele seconden te kraken. Durf dus geld te besteden bij de aankoop van je fietsslot. De Fietsersbond hanteert de regel ‘10% van de kostprijs van je fiets investeer je in de kostprijs van je fietsslot’.
Combineer meerdere fietssloten van diverse aard: fietsendieven zijn dikwijls gespecialiseerd in 1 type fietsslot en laten fietsen met meerdere fietssloten gemakkelijker staan.
 

Tien gouden tips op de fiets

1. Respecteer de verkeersregels

Fietsers mogen niet zomaar hun zin doen. Preventief fietsen en je veilig in het verkeer begeven, betekent dat je je aan bepaalde verkeersregels houdt. Voordat je de weg opgaat, is het belangrijk dat jij deze regels kent, begrijpt en er ook rekening mee wil houden.

2.Wees voorspelbaar

Laat de andere weggebruikers altijd weten wat je gaat doen. Wanneer je ‘voorspelbaar' bent, kunnen andere weggebruikers rekening met je houden. Zo kunnen heel wat gevaarlijke situaties vermeden worden.

3. Maak oogcontact met de andere weggebruikers

Wanneer je oogcontact hebt, weet je dat de andere weggebruiker jou gezien heeft. Je kan duidelijk maken wat je wil doen en te weten komen wat de andere van plan is.

4. Neem voldoende plaats in

Denk niet dat het veilig is om uiterst rechts te rijden. Zo heb je geen marge meer om bij plots gevaar uit te wijken en ben je minder zichtbaar voor andere weggebruikers.

5. Ken je grenzen

Is een bepaalde verkeerssituatie moeilijk en kan je niet veilig passeren? Vertraag of stop dan en zet desnoods de tocht even te voet verder.

6. Hou rekening met de grenzen van de andere weggebruikers

(1) de remafstand van auto's, vrachtwagen en bussen:
Auto's rijden veel sneller dan fietsen en hebben een langere afstand nodig om te kunnen stoppen. Niet alleen de snelheid maar ook het gewicht heeft daarmee te maken: hoe groter of zwaarder, hoe langer de remafstand. Denk er dus aan dat auto's, vrachtwagens, bussen en trams nooit zo snel als fietsers kunnen stoppen.
(2) de dode hoek van vrachtwagens, bussen en bestelwagens:
Wanneer je in de buurt van vrachtwagens, bussen en bestelwagens fietst, moet je uitkijken voor de dode hoek. Dat is de ruimte rond het voertuig die de bestuurder niet kan zien. Omdat die bestuurders een hele zone rond hun voertuig niet goed kunnen zien, merken ze fietsers niet altijd op en gebeuren er gemakkelijker ongevallen. Vooral minder ervaren fietsers raken betrokken bij ongevallen met rechtsafslaande voertuigen. Ga nooit naast een vrachtwagen fietsen of staan wachten, maar blijf er ver voor of beter nog achter. Laat de vrachtwagen eerst verder rijden of zijn manoeuvre doen.

7. Gebruik je fietsbel waar nodig

In het verkeer zijn je oren even belangrijk als je ogen. Als je niets ‘ziet' aankomen, kan je nog steeds iets ‘horen' aankomen. Je fietsbel kan een grote rol spelen: een fiets maakt immers bijna geen geluid zodat je soms wel zelf geluid zal moeten maken. Zorg ervoor dat de bel goed rinkelt.

8. Let op voor onverwachte hindernissen

De meest voorkomende hindernis voor fietsers is de autodeur die plots openzwaait. Logisch gevolg: je kan niet meer remmen en vliegt tegen het portier aan. Je kan dit voorzien door iets verder weg van de geparkeerde auto's te gaan rijden. Ook andere onverwachte obstakels (een kind dat plotseling de openbare weg oversteekt, een loslopende hond, een bal die over het fietspad rolt...) dwingen je soms plots te remmen. Leer tijdens het fietsen altijd goed vooruit te kijken, niet teveel naar beneden naar de grond.

9. Laat kunstjes achterwege

Kunstjes op de fiets zijn niet hetzelfde als goed kunnen fietsen. Goed kunnen fietsen betekent: je handen aan het stuur houden, eten, drinken en bellen uitstellen tot je stilstaat en boodschappen in de fietstassen aan de bagagedrager. Verder horen voeten op de pedalen en niet in de lucht, op het stuur of tegen het kader.

10. Zien en gezien worden

Vele ongelukken gebeuren omdat fietsers niet voldoende zichtbaar zijn in het verkeer. Hoe meer je opvalt - zowel 's nachts als overdag - hoe sneller andere weggebruikers je opmerken, hoe sneller ze kunnen reageren en hoe minder ongevallen er zullen gebeuren. Op een positieve manier opvallen in het verkeer kan je doen door een fluohesje, lichte of reflecterende kledij te dragen, ervoor te zorgen dat je voor- en achterlicht goed werken en je reflectoren op je fiets goed proper zijn.
 
 

Gebruikerslogin